feb 212010
 

“Ik zorg ervoor dat er in mijn school regelmatig discussie plaatsvindt; ik daag uit zodat ik reactie krijg. Zo kan ik mijn eigen opvattingen en overtuigingen tegen het licht houden. Als leidinggevende moet je je eigen ‘tegen-ander’ organiseren om scherp te blijven”.  De leidinggevende die hier aan het woord was, ontmoette ik een aantal weken geleden op een congres. Op zijn school waar ik regelmatig kom, vinden inderdaad stevige debatten plaats. Ik dacht na, proefde het woord “tegen-ander” en merkte dat dit meerdere smaken had: prikkelend en  uitnodigend, maar ook strijd en tegenwerking. De tegen-ander: iemand, die de ander een spiegel voorhoudt. In vroeger tijden had je aan het hof  iemand, die speciaal aangesteld was om suggesties te doen, opmerkingen te plaatsen, gedrag te laten zien waarmee situaties aan de kaak werden gesteld: de hofnar.

De hofnar zette de wereld op zijn kop. Zodat vanuit een ander perspectief naar vraagstukken kon worden gekeken. Zodat oplossingen, die niet voor de hand lagen binnen handbereik kwamen. Zodat transformatie kon plaatsvinden. Niemand anders kon dit straffeloos doen. De speciale positie van de hofnar maakte het mogelijk dat zaken duidelijk werden, dat díe vragen gesteld werden, die gesteld móesten worden. Heeft ú al een hofnar ?