aug 172012
 

‘Weet je’, zei hij,  ‘je moet leren dat ontwikkelingen in het onderwijs  langzaam gaan. Het gaat om volhouden. En dat je steeds moet blijven zoeken naar antwoorden op de vragen van de weerbarstige praktijk. Niet comfortabel terugvallen op routines. Die zijn vaak  blokkerend  voor het verbeteren van de kwaliteit’.
We zaten op het terras van Het Open Meer, ieder een wijntje en we hadden net uitgebreid gesproken over zijn komend afscheid als schoolleider. Dit was zijn laatste jaar.
Ik kende K.  van de startcursus ‘Directeuren in het onderwijs’, die ik in de tachtiger jaren gaf.   Net begonnen in zijn nieuwe functie als directielid, -nadat hij zo’n 10 jaar biologieles had gegeven op een brede scholengemeenschap-  had hij heel veel vragen.
Leidinggeven is ingewikkeld. Het veronderstelt dat je weet  waar je staat en wat je wilt met het onderwijs, waarvoor jij de voorwaarden moet realiseren. Waar alle actoren ruimte en veiligheid nodig hebben. Het vraagt om lef om voor de troepen te gaan staan en aan te geven, wat jij belangrijk vindt.  Om vervolgens de dialoog aan te gaan, te overtuigen, maar ook te luisteren, te onderzoeken, de ander vragen te stellen en ook  jezelf kritisch te blijven bevragen. Als geen ander had hij dat begrepen en nog belangrijker:  in de praktijk gebracht.
Een man van de praktijk, met een achtergrond, die hem gemaakt had tot wie hij nu was.  Zijn jeugd was niet gemakkelijk geweest. Als  jongetje met een brilletje en een beugeltje had hij ervaren hoe het was om  een uitzondering te zijn. En later op het gymnasium -niet geaccepteerd door zijn hockeyende klasgenoten-  had hij  -teruggeworpen op zichzelf- geleerd wat belangrijk voor hem was, wat zijn kern was, waar hij voor stond.
‘Die hoeft nooit meer wat te leren’, had hij zijn buurman horen zeggen,  toen deze  hoorde  dat hij zijn diploma van de lerarenopleiding had gehaald.  In zijn milieu was dit genoeg. Genoeg geleerd ?  Hoe kan een mens stoppen met zich te ontwikkelen ?
We hadden contact gehouden, elkaar regelmatig gesproken  en op de hoogte gehouden van elkaars ontwikkelingen en persoonlijke situatie.  Hij was gezond en had veel energie, zijn zoon  redde zich prima  en zijn kleinkinderen gaven zijn hobby filosofie een zachte glans met hun vragen als:  ‘Wat wil jij later worden, opa ?’ ‘Hoe komt een wens uit? ‘ ‘Waarom gaan mensen  dood en wíe heeft dat bedacht !!!’.

‘Wat zijn je plannen voor de toekomst?’ vroeg ik. ‘Nog niet uitgekristalliseerd’, zei hij, ‘maar ik heb genoeg ideeën.  Mijn studie filosofie weer oppakken en ik  wil me in ieder geval  intensiever bezig houden met  ‘De onderwijstafel’.
Ik dacht aan de bijeenkomsten van dit netwerk, door K. opgezet, waarvoor ik een aantal keren als gast uitgenodigd was. Het bestond uit mensen met verschillende achtergronden en één  gezamenlijke  interesse: onderwijs. Vanuit verschillende perspectieven besprak men thema’s  als de maatschappelijke opdracht van het onderwijs, waarden, identiteit en ontwikkeling. Ook een paar bestuurders hadden zich hier -zij het schoorvoetend- bij gevoegd en deden mee met de discussie. Dat was nieuw. Gestimuleerd door de overheid hebben onderwijsbestuurders sinds de jaren tachtig zich vooral toegelegd op het bedrijfsmatig werken en op de processen van plannen, controleren en beheersen. Daar leek nu een kentering in te komen. In ’Leiden met liefde’ beschrijft   Chris Tils op basis van interviews met (oud)onderwijsbestuurders, waarin hij vraagt  naar hun drijfveren, een aantal kernpunten  voor de aanzet van een profielschets voor de nieuwe onderwijsbestuurder. Integriteit, liefde voor onderwijs en dienstbaarheid aan de onderwijsprofessional zijn een paar van deze  kernpunten.
In een van de bijeenkomsten van ‘De onderwijstafel’ was het boek van Rob Riemen ‘De adel van de geest’  besproken en de noodzaak je uit te spreken. De plicht van de intellectuele elite;  gestudeerd of niet, gewoon wijze mensen, die stil staan bij de vragen die gesteld moeten worden en die blijven zoeken naar waarden die er echt toe doen. Je intellect gebruiken om te zorgen voor diepgang. In deze tijd van onbeschaamd populisme hard nodig.
De laatste jaren had K. door  het organiseren van dialogen in zijn team hier handen en voeten aan gegeven  op een manier die je bij weinig schoolleiders ziet; door zijn eigen vragen in het midden te leggen, door samenwerking te  bevorderen, door de leerkrachten te beletten achter gesloten klaslokaaldeuren hun eigen autonome gang te  gaan.
Niet gehinderd door hiërarchische verhoudingen had hij het  College van Bestuur van zijn school niet op afstand gehouden, maar het voor elkaar gekregen dat ze  zich naar hem uitspraken over hun drives en over hoe zij zich verhielden tot het primaire proces.
‘Nu je terugkijkt’, vroeg ik, ‘heb je dan gedaan wat je wilde doen ?’
‘Het kan altijd meer en beter’, zei hij, ‘maar het is oké zo. En ik ga  verder met hetzelfde, maar dan op een ander speelveld. Eerst het afscheid. Heb je zin om er bij te zijn ? Het wordt niet saai’.  Dat wilde ik graag geloven.  ‘Ik zal er zijn,’ antwoordde ik.  De ober zette  de glazen op het dienblad.  We liepen samen naar de parkeerplaats.

 

Stelling

Juist onderwijsmanagers en bestuurders zouden moeten participeren in  netwerken van  leraren,  studenten en onderzoekers, die gezamenlijk zoeken naar antwoorden op de vragen naar sociale rechtvaardigheid in het onderwijs. De adel van de geest zou hen hiertoe d.m.v. de professionele dialoog in woord, beeld en geschrift  moeten verleiden.

 

Literatuur:

Tils. C. Leiden met liefde. Op zoek naar de nieuwe onderwijsbestuurder. Sdu Uitgevers bv, Den Haag, 2011
Riemen. R.  Adel van de geest, een vergeten ideaal. Uitgeverij Atlas, Amsterdam / Antwerpen, 2010

Deze column is eerder verschenen in: Rechtvaardig onderwijs. Slotakkoord lectoraat Petra Ponte ‘Gedrag en onderzoek in de educatieve praxis’ onder redactie van Gijs Verbeek en Ben Smit. Boom Lemma Uitgevers, Den Haag.