mrt 052013
 

Wat is actieonderzoek eigenlijk en hoe doe je dat in de school ?

De leidinggevende of de docent gebruikt  actieonderzoek om het eigen handelen en de situatie waarin dit handelen plaatsvindt te onderzoeken en te verbeteren. Het gaat dan om een aspect  van het eigen handelen
waarin hij zelf een actief aandeel  heeft of kan nemen. Bij actieonderzoek gaat het niet om het  verbeteren/veranderen van anderen, maar juist om  het éigen professioneel handelen. Daar zijn wel altijd anderen bij betrokken: leidinggeven en lesgeven vindt altijd plaats in een sociale context.
‘De anderen’ in de school  worden in het actieonderzoek altijd betrokken: bijvoorbeeld om een aandeel te leveren in de kritische dialoog (ten aanzien van het te veranderen aspect) of als  bron van informatie voor de leidinggevende of leerkracht om zicht te krijgen op kenmerken van zijn eigen manier van handelen   en op de situatie waarin dit plaatsvindt.
Bij actieonderzoek wordt  gebruik gemaakt van kleine onderzoekjes (bijv. interviews , observaties, documentanalyse, etc. ): voor de verkenning van het ‘probleem’, of  om  eigen vooronderstellingen te checken, of om ideeën op te doen voor verbeteringen , etc. Daarnaast speelt ook de ‘critical friend ’  een belangrijke rol. Dit kan een collega zijn uit de eigen school (of  een andere school) die de leerkracht of leidinggevende bevraagt op zijn vooronderstellingen, op zijn plannen voor verbetering, op reeds verrichte acties, etc.
Meestal wordt actieonderzoek verricht door een kleine groep deelnemers (bijv. 5) , die samen elkaars’ critical friend zijn. Men is dan bezig met een eigen thema of met aspecten van een gezamenlijk gekozen thema.  De kracht van het ‘critical friend zijn’  zit niet alleen in  het bevragen van de ander op een open, niet suggestieve, kritische manier, maar ook in andere aspecten, zoals elkaar  informeren, bemoedigen, en rolmodel voor elkaar zijn (Ponte,  dissertatie 2002)
Samengevat zijn de belangrijkste kenmerken:

  • Actieonderzoek is gericht op het verbeteren van het eigen professioneel handelen.
  • Dit doe je door systematisch te reflecteren op kenmerken van je eigen werksituatie
  • Hiervoor verricht je  systematisch onderzoek op kleine schaal in je eigen context
  • Je probeert verbeterd handelen uit
  • Je werkt samen met anderen in de school en maakt gebruik van  critical friends
  • Medewerkers, leidinggevenden en leerlingen gebruik je als bron van informatie
  • Het proces en de  opbrengst deel je met anderen in de school

Het werken aan een actieonderzoek houdt niet op nadat je dit één keer gedaan hebt; veel actieonderzoekers  geven aan dat zij hun actieonderzoek voortzetten, ten aanzien van weer andere aspecten van het eigen  handelen. De ervaringen en kennis die  met actieonderzoek zijn  opgedaan gaan deel uitmaken van een professionaliseringsstrategie, die steeds meer geïntegreerd wordt in het dagelijks werk en ongemerkt deel  gaat uitmaken van de attitude van de betreffende persoon.
Als leerkracht of leidinggevende kun je individueel , maar ook samen met een aantal medewerkers in je eigen school aan de slag met actieonderzoek: met teamleden, sectieleden, als groep mentoren, leidinggevenden, enz.

Hoe krijg je actieonderzoek in de vingers ?
Dit kan door een begeleid traject te volgen, waarin je zelf heel praktisch aan de slag gaat met een vraag of thema dat voor jou van belang is.

Een traject kan er als volgt uit zien:

Eerste bijeenkomst:
Toelichting op de opzet van het traject: (verantwoordelijkheid deelnemers, gezamenlijke kennisdeling, welk product het traject op moet leveren, wat met de opbrengst  gedaan wordt  (bijv. bundeling van de opbrengsten, bijv. in de vorm van casestudies voor visitatiedoeleinden of inspectie), het belang voor het team waarin je zit, te investeren tijd, etc. 

Tweede bijeenkomst
De aspecten van actieonderzoek, wat is actieonderzoek, wat niet, welke achterliggende principes zijn van belang ?
De rol van de critical friend
De eerste stappen: wat wil je verbeteren in je handelen, en in je eigen context

Derde  bijeenkomst:
Het onderwerp, het probleem en de onderzoeksvraag 

Vierde bijeenkomst
De verkenning en verschillende dataverzamelingstechnieken

Vijfde bijeenkomst
Het plan en de uitvoering

Zesde  bijeenkomst
De uitvoering van de verbeteracties en problemen waar je tegen aan loopt

Zevende bijeenkomst
Zie boven en het bijstellen van verbeteracties

Achtste bijeenkomst
Het schrijven van een casestudy en de ins en outs van presentatietechnieken gericht op kennisdeling

Negende bijeenkomst
Uitwisseling over het gebruik maken van elkaar‘s opbrengsten: wat kunnen anderen met jouw resultaten in de school,  in de sectie, in het team, in de klas, etc.

Tiende bijeenkomst
Afsluitende bijeenkomst, waarbij het resultaat/de casestudy   aan elkaar en medewerkers in de school wordt gepresenteerd. Teugblik en evaluatie

Overigens zijn ook kortere trajecten mogelijk.

Tijdens de bijeenkomsten, maar ook in de periode tussen de bijeenkomsten ondersteunen de deelnemers elkaar als critical friend , waarbij  kritische vragen aan elkaar gesteld kunnen worden en waarin ideeën uitgewisseld kunnen worden. Bij de werkwijze wordt ervan uitgegaan dat iedere deelnemer  zorgt voor een actieve inbreng en medeverantwoordelijkheid draagt voor de vormgeving van het traject. Er is geen vrijblijvendheid m.b.t  aanwezigheid. Ieders inbreng is nodig. Verder is het belangrijk om te weten dat ieder in zijn/haar eigen tempo kan werken en meerdere cycli van actieonderzoek kan doorlopen.
Van belang is dan binnen de school facilitering plaats vindt  zoals inroostering van de bijeenkomsten en een geschikte overlegruimte.
Actieonderzoek levert voor de deelnemer niet alleen kennis op over het eigen professioneel handelen,  maar ook veranderingen en ontwikkelingen  in  professionele vaardigheden  en verbetering van de praktijk. Veel actieonderzoekers spreken na verloop van tijd van een natuurlijke houding om actieonderzoek deel uit te laten maken van het dagelijkse werk: het wordt  als het ware geïnternaliseerd in de praktijk van alledag. Om zover te komen is een begeleide procesmatige aanpak nodig; actieonderzoek  is geen kunstje, wat je in twee weken leert; er is meer tijd voor nodig.
Onze ervaring is dat een traject van een schooljaar met maandelijkse begeleide bijeenkomsten van ong. 3 uur  voldoende effect sorteert om daarna zelfstandig (en blijvend !) verder te gaan.

Inmiddels hebben wij vanaf 1990 in Nederland veel praktijkervaring opgedaan met het begeleiden van  actieonderzoek- trajecten in het (post) hbo, het mbo, het voortgezet onderwijs, en het basisonderwijs. Deelnemers waren  docenten, mentoren, leerlingbegeleiders  en  leidinggevenden.

Voor meer informatie:
www.leidinggevenaanleren.nl
www.actieonderzoekanders.com
www.actieonderzoek.com

Literatuur:
Ponte, P.   (2012) Onderwijs en onderzoek van eigen makelij. Onderzoek met en door leraren . Uitg. Boom, Den Haag
Ponte, P. (2002): Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk. Dissertatie, Garant, Apeldoorn
Ponte, P. en R.H. Beers (1996) Dialoog en samenwerking: Actie-onderzoek binnen een post-HBO opleiding. In D.van Veen & W. Veugelers (Red) Vernieuwing van leraarschap en larerenopleiding (p. 159 e.v.) Garant, Antwerpen/Apeldoorn

Drs. R.H. Beers
Leidinggeven aan Leren
www.leidinggevenaanleren.nl
06 54216463
renny.beers@gmail.com
info@leidinggevenaanleren.nl